→ [
Home algemeen ] [ Home genealogie ] [ Lijst ]



→ [ Vorige ] [ Volgende ]

Militaire huwelijken


Op 23 september 1997 was er in het rijksarchief te Zwolle een info-avond over militaire huwelijken door de heer Wolters voor ca. 20 aanwezigen.
De heer Wolters is in 1961 begonnen de inschrijvingen van militaire huwelijken over te schrijven, vanaf 1648: de vrede van Munster (hiervoor was het oorlog en ontbreken er veel boeken), tot 1811: de invoering van de BS. Dit werd de collectie Wolters.

Voor 1795 waren alle soldaten vrijwilligers; niet uit vaderlandsliefde maar beroeps (vaak van vader op zoon) en kwamen vooral uit de arme provincies. Nationaliteit was van geen belang en soms vochten landgenoten tegen elkaar. Zwitsers bijvoorbeeld stonden bekend als goede vechters. Bevriende staatshoofden leverden in het begin complete regimenten. Meestal tekenden soldaten voor onbepaalde tijd: voor een campagne of tot er vrede gesloten werd; na 1750 voor een aantal (meestal 6) jaren, waarna ze zich in de laatste plaats vestigden als zelfstandige. Wervingscentra werden geleidelijk bekend.
Nederland had ook in vredestijd een leger; de meeste andere landen eerst niet.

Voor 1795 had ieder regiment de naam van de commandant; daarna is de Franse nummering ingevoerd. Als een regimentscommandant overleed, werd hij meestal opgevolgd door een hoge officier van hetzelfde regiment. Soldaten werden nooit overgeplaatst naar een ander regiment binnen hun contract; officieren alleen na een promotie.

De kwaliteit van huisvesting was zeer verschillend: ingekwartierd bij burgers of in privé-huizen; in de garnizoensplaats of in dorpen in de buurt. Soldaten hadden vaak weinig ruimte. Er waren regels waar soldaten recht op hadden. Ze liepen altijd in uniform en de krijgstucht was heel streng; ze waren toch wel redelijk beschaafd en hadden een goede talenkennis. Soldatengezinnen vormden aparte gemeenschappen.

Er was een beloningssysteem voor moed maar Napoleon verving dit door onderscheidingen met een lintje; dit werd later overgenomen.

Men wilde niet dat de bevolking te eigen werd met de soldaten en daarom waren (in vredestijd) garnizoenswisselingen nodig. Het vervoer met vrouwen, kinderen en het weinige huisraad gebeurde meestal met platte schuiten en anders te voet. In oorlogstijd bleef het gezin in het garnizoen; jonge vrouwen gingen ook vaak naar familie.

Bij een voorgenomen huwelijk was ook toestemming van de kapitein nodig; bigamie werd zo voorkomen. Trouwen gebeurde ook weleens in een dorp waar ze voorbij trokken, dus geen garnizoensplaats.

Problemen met betalen kwam voor, vooral aan de vrouwen. De compagniescommandant zag zijn compagnie als een eigen bedrijfje en liet liever zijn mannen plunderen dan soldij betalen.
En soldaat was lang niet altijd in zijn garnizoen; een incomplete compagnie was voor de commandant aantrekkelijk als hij gelden voor een volledige compagnie ontving. Daarom werden tellingen gehouden: monstering der troepen.
Na 1795 werd het centraal door de overheid geregeld.

Voor oude en verminkte soldaten werd goed gezorgd.
De medische situatie was slecht maar toch nog beter dan voor een boer op het platteland omdat altijd hulp voorhanden was. De chirurgijn was echter meestal een gewone soldaat die handig was met gereedschap.
Het aantal zieken was ook in vredestijd hoog. Er gingen meer soldaten dood door creperen dan door sneuvelen: het waren dure mensen voor de staten en men vocht alleen als er een redelijke kans op slagen was.

Krijgsgevangenen hadden een opmerkelijke bewegingsvrijheid.

Bronnen:

De al genoemde collectie Wolters bevat 54 boekdelen in drievoud: één bij het CBG, één verspreid over de rijksarchieven en één bij hem thuis. Ze bevatten de inschrijvingen van de huwelijken van de militairen, ook de soldaten in vreemde krijgsdienst en van de bezettingstroepen. Er zijn indexen op de commandanten, bruidegoms en bruiden. Een kaartsysteem van officieren is in opbouw.
De gegevens van Ringoir komen er goed mee overeen.

Militaire stamboeken, vanaf eind 18e eeuw zijn in het Algemeen Rijksarchief. Ook belangrijk zijn hospitaalarchieven, de archieven van de ministeries in de 19e eeuw, van de VOC en de stadsarchieven.

Om een soldaat te vinden is de naam van de commandant belangrijk; deze kan door overlijden veranderen.
Voor 1715 wordt in trouwboeken vaak niet de regiments- maar de compagniescommandant genoemd doordat de compagnieën (6-10 per regiment) over het land verspreid waren.

Tip: gegevens over een soldaat zijn mogelijk ook te vinden via een eventuele broer (zelfde achternaam en regiment).

Bekende moeilijkheden zijn: spellingsvariaties (bijvoorbeeld Joosten = Houston); valse of geen inschrijvingen; weduwen met de naam van hun overleden man; soldaten wisten vaak niet hun geboorteplaats; de meeste boekjes van veldpredikanten die geboorten e.d. opschreven zijn verloren gegaan.
In een oorlogssituatie is vaak weinig terug te vinden: soldaten werden vaak 'vermist'. Gewonde soldaten kwamen ook in verre buitenlandse hospitalen terecht.

Er zijn sporadische aantekeningen over hulp in kerkeraadsboeken en door het stadsbestuur.
Veel weeskinderen waren 'soldatenkinderen' en vaak niet gedoopt.

Gespecificeerde inlichtingen kunt u vragen aan:
H.J. Wolters
Brederostraat 3
3601 SM Maarssen

Zie ook:
Militairen in het leger en bij de marine van Napoleon (dhr. drs. J.A. Paasman)

→ [ Begin ] [ Volgende ]